vrijdag 28 december 2018

Zelfrijdende babbelblues

Het was een dag in mei en het zonnetje scheen
Ik reed in m’n auto, ik moest ergens heen
Verstand op nul en de volumeknop op tien
Ik hield het stuur op tien voor twee
Mijn echtgenote was gezellig mee
Maar ik lette op de weg dus van haar heb ik niet veel gezien

We zongen monter mee met de muziek
En bespraken de fileproblematiek
Zij genoot van het landschap en ik van het verkeer
Het was een relaxte, heerlijke tocht
Hé, godver – weer zo’n verdomde bocht
Nee, makkelijk was het aan het eind van de dag niet meer

Tenslotte was ik echt uitgeput
Ik was zelfs een paar keer haast ingedut
Heel veilig was het niet, en ook niet bepaald gezond
En zomaar opeens kwam de auto tot leven
Hij zei heel vriendelijk: laat mij maar even
Neem het ervan en ik rijd jullie verder rond

We hebben het voertuig uitvoerig bedankt
En trokken ons terug op de achterbank
We bespraken hoe innovatief zo’n wagen toch was
Mijn vrouw zat al spoedig bij me op schoot
Maar daar bleef het bij want – we schrokken ons dood
Alles sprong op slot
 en de auto gaf vol gas

We gingen op één wiel door de bocht
Dat had ik nooit achter die auto gezocht
Hij stond bij wijze van spreken totaal in de fik
Mijn vrouw raakte enigszins in paniek
Ze kreeg hoofdpijn en ze werd wagenziek
Ik riep ‘Kalm aan’ maar de auto zei: ‘Rijjijofrijik?’

Hoe kwamen we hier in vredesnaam uit
Ik had geen hamer voor een klap op de ruit
Geen breekijzer, man, ik had nog niet eens een pincet
Ik zette op Twitter de volgende kreet
Wie helpt ons uit ons ondraaglijke leed
Ik moet naar de wc en mijn vrouw moet hoognodig naar bed

Intussen reden we spook en door rood
We hadden ons bijna verzoend met de dood
Er klonk death metal met het volume nu op elf
Wanhopig riep ik: stoppen nou!
Hij lachte hysterisch: ‘Niet voor jou
Ik ben zelfrijdend dus ik – rij – zelf’

Dat was het laatste wat de vierwieler zei
Mijn leven ging flitsend aan me voorbij
En toen was daar die allesverlossende tweet
Ik hield de smartphone plechtig omhoog
Voor een ultrakorte monoloog
En ik las voor:
‘Control-Alt-Delete’

De auto stond ogenblikkelijk stil
Beroofd van zijn zelfrijdende vrije wil
Vier geblakerde banden rookten nog smeulend na
Wij klommen eruit, vrij met de schrik
Mijn vrouw met een licht verwilderde blik
Ongedeerd en gezond, op een enkel schrammetje na

Geen idee hoe we thuis zijn gekomen
Vermoedelijk hebben we een Uber genomen
Met aan het stuur zo iemand van vlees en bloed (nog wel)
Zo hadden we gratis een spannend verhaal
Maar ook duizend kilo gevaarlijk metaal
Voor alle zekerheid is die geshredderd – en goed

Onze eerste reactie was: dit nooit meer
We nemen de trein wel de volgende keer
Of anders een geheel georganiseerde reis
En toch – zelfrijdend rijden is best wel cool
Het is even wennen, een ander gevoel
Maar wat ons betreft
liever een auto
met rijbewijs