vrijdag 8 december 2017

Digitale limericks (2)



Een wasmachien werd op Twitter
Bedroefd maar gelukkig niet bitter
‘Ik hou het maar kort
Hoe vuil het ook wordt
Ik was de was altijd witter’


Een accountant in Washington State
Keek in de beurs van Bill Gates
Hij zag al dat geld
Hij heeft het geteld
En hij telt het waarschijnlijk nog steeds.

Er was eens een site op het Net
Met veel pornografische pret
Daar had men dus schik
Begrijp ik - want ik
Heb nooit op die dingen gelet.

donderdag 30 november 2017

De ambities van een bisschop

(In dit niet al te vormvaste epos is sprake van een knecht met een zwarte huidskleur. Gelukkig wordt hij geen Piet genoemd. Mag het dan wel? Anders excuses, en twee verzachtende omstandigheden. 1. Dit is geschreven is rond 1980, toen dit alles nog geen kwestie was. 2. De knecht gedraagt zich helemaal niet als knecht maar heeft duidelijk Nicolaas in zijn zak. Emancipatie!)

Bisschop N. sprak op een keer
Tot zijn Moorse knecht
‘Ik doe ’t als bisschop lang niet slecht
Maar eigenlijk wil ik méér

Wie weet er nog van bisschop N.
Tien jaar na zijn dood
Ik ben al rijk, hoe word ik groot
Groter dan ik ben

Mijn Utrechtse collega M.
Had laatst een fraaie stunt
Hij kwam er mooi mee in de krant
Met dat paard van hem’

Sint Maarten geeft een stuk van zijn mantel aan een arme.

 ‘Kijk eerwaarde,’ sprak de zwarte
'Uw gierig image speelt u parten
Doe gewoon die Maarten na
Maar niet met stukjes mantel, ha!
Geef met bákken, steel die harten
Doe ’t groot, als in Amerika
Neem een wit paard, niet zo’n zwarte
En als u eens uw baard laat staan?

‘Geven?’ klonk het, ‘Moet dat echt?
En vindt men dat niet raar?
Die baard, dat paard, da’s geen bezwaar
Maar doe ik wat jij zegt

Dan raak ik tot de bedelstaf
Al word ik populair
Een volksidool, een superster
Ik graaf mijn eigen graf’

‘Denk nou eens niet aan het geld
U wordt niet slechts bekend
Maar alles wat u nu niet bent
Een goddelijke held!

En heilig, eh, te zijner tijd
Als u voortaan de vrouwtjes mijdt
Veel goodwill bij de jeugd verwerft
En tijdig aan de tering sterft’
De aspirant-goedheiligman
Zag toen het perspectief hiervan
‘Ik word een goede, gulle vent
(Zo’n pr-man, dat wordt een trend!)
Ik knuffel ieder klierig kind
Tot niemand mij meer gierig vindt.’

En zo is het gekomen
De ene gek sticht brand in Rome
De ander speelt voor Sinterklaas
Een derde grijpt ernaast
In het Boek is niet voor ieder plaats…

zaterdag 25 november 2017

Vier Charlatans


Wie haalt zijn creativiteit uit grensverleggend onderzoek?
Ik! Want ik bewonder Charles' evaluatietheorie
Nog meer dan God is hij mijn voorbeeld van het scheppende genie
Niet dat ik in het vak natuurhistorie onderwerpen zoek
We moeten overleven: ik, mijn boeken en mijn geld - die drie
Vandaar dat ik qua thematiek het meest in sex en moorden zie
Dus wél natuurlijke selectie in mijn allerfitste boek

Wie kent de schoonheid in het drama van de quantumstatistiek?
Ik! Ik indentificeer met Heisenbergs onzekerheid
Het Niets is al wat zeker is - o ja, en subjectiviteit
Er was ook iets met dat het net was als een stukje elastiek
En dat ik om die reden aan onzekere relaties lijd
Ik wou iets zeggen over toeval, maar dat ben ik even kwijt
Die Werner was één brok vibratie in de kosmische muziek

Wie ziet er beelden bij het groeien van de kennis der natuur?
Ik! Ik schets de zeer visceuze cirkel van het DNA
Een zwarte schaduw van een zoogdierachtige petunia
Die vingerverf ik fanatiek met felle spetters hellevuur
Hier is een vent in witte jas die ik nog horens geven ga
En Gods octrooigemachtigde kijkt de patentaanvragen na
Wat is er trouwens sexy aan dat ribonucleïnezuur?

Wie laat zich inspireren door de harde loop der wetenschap?
Ik! Ik ben gevaccineerd door Einsteins relativiteit
Mijn werk is ingebed in het continuum van ruimtetijd
Wat inhoudt dat het tijd en ruimte kost en dat geen mens het snapt
En elk plastiek geeft stralen af met negatieve lichtsnelheid
Zo kan ik uit de doeken doen hoe soms gevolg tot oorzaak leidt:
Pas sinds ze zijn voltooid ben ik verzekerd van mijn schepperschap.

zaterdag 18 november 2017

De zachte drang (Sinterklaasversje)



Geschreven ca. 1980

Speculaas en marsepein
Krijgen kindertjes wel klein
Eerst de geest en dan de tanden
Gehoorzaamheid met bruine randen
Vandalisme na de les
Cariës

Rotsen, trots en bars bestand
Tegen staal en mensenhand
Wijken voor de zachte drang
Met zoete zuiging van de wang
Lukt wat niet lukt met een mes
Cariës

Maden, motten graven grotten
Vol verlangen naar de botten
Maar ook rotten is een vak
Nu moet eerst dat kerkhof vlak
Bak een krans, proef het succes
Cariës

Ik wens Piet en Sinterklaas
Zelf hun mond vol gatenkaas
Het is het lot dat ieder wacht
We hebben van ons voorgeslacht
In Sint een pracht gebruik geërfd
Tandbederf